Drie directeuren aan het woord: "Samenwerking, juist nu!"

Bij alle drie de Brabantse omgevingsdiensten zijn de gevolgen van de coronacrisis merkbaar. Daarom staan we nauw met elkaar in contact en zoeken we de samenwerking met elkaar, met gemeenten, GGD’en en Veiligheidsregio’s. Directeuren Nico van Mourik (OMWB), Marloes Tolsma (ODZOB) en Jan Lenssen (ODBN) vertellen meer over die samenwerking in tijden van corona.

Het zorgen voor een schone en veilige leefomgeving houdt niet op door de coronacrisis. Hoe is het om directeur te zijn van een maatschappelijke organisatie in tijden van crisis? Het dienen van het publieke belang is de drijfveer voor Nico van Mourik, directeur van de OMWB. “In een tijd van crisis mensen verbinden, support geven en bemoedigen is geen opgave voor mij, maar inspireert en stimuleert me voor mijn extra inzet.”

 

image
image

Daarbij past ons wel een zekere bescheidenheid volgens Marloes Tolsma, directeur van de ODZOB: “Ik heb veel bewondering en respect voor onze deelnemers, die met de meest uiteenlopende vragen vanuit de samenleving worden geconfronteerd, waaronder het verdriet van veel inwoners die geliefden hebben verloren.”

Jan Lenssen, directeur van de ODBN, ziet daarnaast de waardering voor de overheid toenemen. “Een normaal verschijnsel is dat bij een crisis de burger als eerste naar de overheid kijkt. Als omgevingsdienst hebben we daarin ook een rol. We willen immers niet dat in deze tijd personen of bedrijven misbruik maken van de situatie. Daarnaast zien we nu hoe belangrijk milieu en volksgezondheid is.”

image

Creatieve oplossingen

De drie directeuren zijn het erover eens dat die werkzaamheden in deze tijd onverminderd doorgaan, al dan niet in aangepaste vorm. “Verontreiniging van de bodem, het dumpen van asbest, stankoverlast of de stikstofproblematiek zijn niet opeens minder belangrijk geworden.” De VTH-taken worden dan ook zoveel mogelijk uitgevoerd met oog voor de veiligheid van de medewerkers én ondernemers. “Daar horen soms creatieve oplossingen bij. Zo wordt er geëxperimenteerd met toezicht op afstand waarbij digitale middelen zoals beeldbellen veelvuldig worden ingezet. Ook wordt er naar passende oplossingen gezocht voor bedrijven die het moeilijk hebben. Bijvoorbeeld door bedrijven meer tijd te gunnen bij het indienen van een melding in het vergunningverleningsproces. Deze ervaringen worden actief met elkaar gedeeld om zo te leren van elkaars creativiteit. De omgevingsdiensten werken immers aan het gezamenlijke doel van een schone en veilige leefomgeving.”

“Schouder aan schouder” met elkaar

Naast de samenwerking met elkaar, wordt ook de samenwerking met andere overheidsinstanties opgezocht. Zo is er veel contact met gemeenten, GGD’en en Veiligheidsregio’s. De omgevingsdiensten zijn nog niet altijd vanzelfsprekende partners maar in deze tijd hebben ze net als andere overheidsinstanties hetzelfde doel voor ogen. “We moeten schouder aan schouder deze crisis aanpakken”, zo stellen de directeuren eensgezind.

Volharding en een vleugje optimisme

Ook voor de directeuren vereist deze situatie de nodige aanpassing. Buiten de praktische uitdaging van het thuiswerken proberen ze manieren te vinden om met collega’s in verbinding te blijven staan. Zo wordt er veel geëxperimenteerd met digitale mogelijkheden zoals virtuele toespraken en het bijhouden van blogs. Ze zijn het erover eens dat het in deze tijd belangrijk is dat ze collega’s een steuntje in de rug kunnen bieden. Nico van Mourik: “Mijn wens is dat de medewerkers het vol kunnen houden. Want de balans tussen werk en privé is nu lastig.”

Marloes Tolsma vult daarbij aan: “Volharding en een vleugje optimisme zijn voor mij hele belangrijke ingrediënten om ook de volgende dag, week, maand onder ogen te zien. Ooit gaat het over, en gaan we weer over naar ‘normaal’, en dat moment komt nu voorzichtig naderbij.” Ook Jan Lenssen ziet het belang van die steun: “Let goed op jezelf en je omgeving. Dit geldt voor de maatregelen om niet ziek te worden of anderen te besmetten maar ook voor je eigen welzijn. Durf eraan toe te geven als het even niet kan en zorg even voor een time-out. Het is ook niet vreemd om even verlof te pakken om op adem te komen. Niemand was voorbereid op deze situatie en er vaak ook niet op ingericht.”

“Meer aandacht voor elkaar”

Tot slot: brengt deze situatie ook iets positiefs wat de directeuren betreft? Nico van Mourik ziet een aantal lessen ook voor ná deze tijd: “Het positieve van nu is dat we meer aandacht voor elkaar hebben, elkaar begrijpen en bereid zijn elkaar tegemoet te treden. Dat zou ik heel graag willen vasthouden in het post-corona tijdperk.” Ook Marloes Tolsma ziet mooie dingen: “We mogen heel blij zijn met iedereen die zijn of haar steentje bijdraagt. Bijvoorbeeld door thuis te blijven, door keurig afstand te houden in de rijen voor de bakker of de supermarkt, door kinderen les te geven, door de boodschappen te doen voor de buren, door eens extra te bellen met oma en opa, of door de lokale horeca of culturele instellingen extra te ondersteunen. Daar doen wij allemaal aan mee, en daar ben ik heel er trots op! Nog even volhouden!”

Jan Lenssen vult aan: “Er is een bepaalde bezinning op de manier van leven van voor de crisis. We moesten allemaal een paar keer op vakantie en plotseling zijn andere dingen belangrijker. Gezondheid en een goed milieu zijn de kernwaarden en veel zaken zijn echt secundair. Laten we de wijze lessen gebruiken voor de periode na de crisis.”

Wil je meer lezen over de werkzaamheden van de andere Brabantse omgevingsdiensten in tijden van corona? Ga naar:

image