Meer informatie

Nieuws

    Thema's


Lozingen buiten inrichtingen

Het Besluit lozen buiten inrichtingen vermeldt welke lozingen gemeld moeten worden en door gemeenten getoetst aan de regels. Het besluit stelt regels voor zowel directe lozingen op oppervlaktewater als indirecte lozingen op riolering en de bodem. Het gaat onder meer om de volgende activiteiten:

  • bodemsanering en proefbronnering
  • lozen van grondwater bij ontwatering
  • lozen ten gevolge van werkzaamheden aan vaste objecten (bijv. gevelreiniging)
  • het wassen van motorvoertuigen (bijv. mobiele wasstraten).

Het uitgangspunt van het besluit is: je mag wel lozen, mits je voldoet aan de geldende regels. Als aanvulling op de algemene regels kunnen maatwerkvoorschriften worden opgesteld.

Meldingenprocedure lozen buiten inrichtingen

  • Een melding moet ten minste vier weken voor aanvang van de lozing worden ingediend bij het bevoegd gezag.
  • Het bevoegd gezag dient vervolgens binnen die vier weken te bepalen of de voorkeursvolgorde op een juiste wijze wordt gehanteerd en of een maatwerkvoorschrift noodzakelijk is.
  • Bij lozing op het openbare riool is het van belang zo snel mogelijk te overleggen met de waterkwaliteitsbeheerder (vanwege de voorkeursvolgorde) en de rioolbeheerder (in verband met capaciteit en soort riool). Afhankelijk van de resultaten van dit overleg kan vervolgens worden bepaald of een maatwerkvoorschrift wordt opgesteld of dat niet wordt ingestemd met de melding.

In de voorschriften voor het lozen van bronnerings- en saneringswater is bepaald dat het lozen op een vuilwaterriool alleen is gestaan indien andere lozingsroutes (oppervlaktewater, bodem, hwa-riool) aantoonbaar niet mogelijk zijn. Dit wordt de voorkeursroute genoemd.

Meldingen lozen buiten inrichtingen kunt u doen via het OLO.